TROS Opgelicht?! en de procedure(s)?!
--    de procedure

Onderstaand behandel ik allereerst de bij de Raad voor de Journalistiek ingediende klacht tegen TROS Opgelicht?!. Vervolgens behandel ik het tegen TROS c.s. op te starten kortgeding.

>      de klacht, de mondelinge behandeling en de uitspraak van de Raad

-         inleiding

Elders heb ik reeds aangegeven dat ik een klacht tegen TROS Opgelicht?! heb ingediend. Op deze pagina heb ik alle naar TROS gezonden brieven, de van haar ontvangen brieven (niet erg veel), de jegens haar ingediende klachtschriften (inleidend en aanvullend) en de pleitnotitie inzake de mondelinge behandeling. Zie terzake ook de overzichtspagina.

Voor hen die geïnteresseerd zijn van voornoemde stukken kennis te nemen, bieden voornoemde stukken een goed beeld op de redenen waarom ik en mijn kantoor jegens TROS een klacht bij de Raad hebben ingediend.

Tevens vestig ik de aandacht op het feit dat TROS, ondermeer bij haar programma's Opgelicht?! en Radar   een kennelijk bestendige en gebruikelijke praktijk hebben ontwikkeld om tal van civiel- en strafrechtelijk in acht te nemen ge- en verboden opzettelijk en desbewust met voeten te treden. Ik verwijs daarom naar de pagina waarin ik het voorgaande heb behandeld.

Het gaat niet enkel om de wijze waarop TROS c.s. de redelijkerwijs in acht te nemen rechten van mij en van mijn kantoor met voeten heeft getreden. Het gaat om het probleem dat TROS c.s. kennelijk meent dat het haar vrijelijk is toegestaan alles te doen en te laten wat u en mij niet is toegestaan.

Het indienen van de klacht bij de Raad heeft dan ook een meer omvattend doel. Het doel is, naast het beschermen van de belangen van mij en van mijn kantoor, tevens om toekomstige "slachtoffers" voor de kwalijke praktijken van TROS te behoeden.

-         de mondelinge behandeling

Op 8 juni 2007 heeft de mondelinge behandeling van de klacht plaatsgevonden. Uiteraard ben ik tijdig aanwezig. De grote afwezige blijkt TROS c.s. te zijn. Lees; TROS, De Bie, Hemmer en Hertsenberg en PS Media Productie B.V. Sterker nog, zij hebben helemaal niet op de klacht middels het indienen van een verweerschrift gereageerd. De mondelinge behandeling heeft bijgevolg het voorgaande niet bijster lang geduurd.

Zijdens de Raad is tijdens de mondelinge behandeling opgemerkt dat tussen mij en Hemmer, voordat De Bie en diens camera- en geluidsvriendjes bij mij zijn verschenen op 5 april 2007, een tamelijk uitvoerig contact heeft plaatsgevonden.

Dit is geheel juist.

Op mijn beurt heb ik nogmaals te kennen gegeven dat het daarom onbegrijpelijk is dat TROS Opgelicht?! van overval journalistiek gebruik heeft gemaakt.

Aan mij is zijdens de Raad tevens de vraag gesteld of TROS Opgelicht?! mij niet voor een camerainterview heeft uitgenodigd.

Het antwoord is kort en krachtig; nee, dat hebben zij niet gedaan.

Wat ik niet aan de Raad heb kunnen meedelen is het feit dat uit het persoonlijk bericht die Bakker op 20 maart 2007 naar Cazemier heeft gezonden voortvloeit dat TROS Opgelicht?! vanaf het begin het standpunt heeft dat ik en mijn kantoor de (hoofd)daders zijn. Uit het feit dat TROS Opgelicht?! al het bewijs die aangeeft dat het harerzijds ingenomen standpunt onjuist is, vloeit ondermeer voort dat TROS Opgelicht?! sterk vooringenomen is en dat zij de kijkers naar haar programa en de bezoekers van haar website heeft opgelicht/misleid.

Ik beraad mij op dit moment of ik dit eveneens in een nieuwe klacht onder de aandacht van de Raad brengen zal.

Elders heb ik de brieven van 30 mei 2007 zijdens TROS aan de Raad en de brief van 8 juni 2007 van TROS aan mijn kantoor opgenomen. Indien u voornoemde brieven wilt lezen klik hier.

Naast het feit dat TROS Opgelicht?! kennelijk ondermeer de redelijkerwijs in acht te nemen rechten van mij en mijn kantoor niet erg belangrijk acht, minacht zij kennelijk ook de Raad voor de Journalistiek en haar leden. Hetgeen mij niet bepaald fris overkomt.

Wat ik eerlijk gezegd (tragisch)komisch vind is, dat TROS in haar brief van 8 juni 2007 mijn kantoor belerend toespreekt dat het (wat haar betreft) niet gebruikelijk is om in een (klacht)procedure te overleggen stukken op voorhand naar de wederpartij te zenden. Dit is wel te doen gebruikelijk, maar ik denk dat TROS het intens naar vindt indien zij voornoemde stukken tevens van mij ontvangt.

Ach wat zal ik daarover schrijven?

Lekker belangrijk wat TROS vindt en beweert!

-      de uitspraak van de Raad van 2 augustus 2007

Op 2 augustus 2007 RvdJ 2007/41 heeft de Raad op de klacht van mij en van mijn kantoor een uitspraak geveld.

De Raad heeft het onderstaande geoordeeld;

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht spitst zich toe op de tendentieuze berichtgeving zonder dat deugdelijk hoor en wederhoor is geboden. Tevens wordt geklaagd over de misleidende weergave van de feiten.

(toevoeging mijnerzijds; ontoelaatbare overvaljournalistiek)

De Raad overweegt dat de TROS-medewerker zonder aankondiging met draaiende camera heeft aangebeld bij de woning van Van Broekhoven. Zijn verzoek om de camera uit te zetten en het gesprek op een later tijdstip voort te zetten, is niet gehonoreerd. Aldus is sprake van zogeheten' overvaljournalistiek'.Volgens het vaste oordeel van de Raad hierover kan deze werkwijze, vanwege het intimiderende karakter ervan, slechts dan geoorloofd zijn als die onontbeerlijk is om in het algemeen belang ernstige misstanden aan het licht te brengen en daarvoor geen ander middel open staat. (vgl. onder meer: VGZ Zorgverzekeraar tegen Frequin,R vdJ 2003/59). Verweerders hebben de gevolgde werkwijze gebruikt om klagers in de gelegenheid te stellen te reageren op de vermeende oplichtingpraktijken rond ene Teleng. Van het aan het licht brengen van een ernstige misstand als hiervoor bedoeld, is geen sprake.

(toevoeging mijnerzijds; contact met TROS voor de overvaljournalistiek / géén pogingen van TROS om met mij een interview aan te gaan / andere mogelijkheden voor TROS beschikbaar / overvaljournalistiek niet noodzakelijk en onnodig initmiderend )

Bovendien hebben klagers reeds vóór de uitzending meerdere keren contact met verweerders gehad en daarbij aan verweerders medegedeeld mee te willen werken aan een interview of gesprek. Niet is gebleken dat verweerders daartoe bereid waren dan wel anderszins pogingen hebben ondernomen om tot een interview te komen. Ook hebben de TROS-medewerkers er niet voor gekozen om zonder draaiende camera aan te bellen en klagers op dat moment in de gelegenheid te stellen zich op een interview voor te bereiden. Naar het oordeel van de Raad stonden voor verweerders andere middelen open en was het gebruik van de gevolgde werkwijzen niet noodzakelijk en onnodig intimiderend.

(toevoeging mijnerzijds; onvoldoende wederhoor)

Dit in aanmerking genomen is klagers niet op deugdelijke wijze gelegenheid tot wederhoor geboden.

(toevoeging mijnerzijds; TROS heeft mijn informatie niet of onvoldoende in de uitzending van 24 april 2007 genoemd)

In het verlengde hiervan overweegt de Raad dat klagers, blijkens de bij hun klaagschrift overgelegde stukken, verschillende keren informatie hebben verstrekt. Deze informatie is niet tot nauwelijks door verweerders in de uitzending aan de orde gebracht.

(toevoeging mijnerzijds; oordeel Raad; in de uitzending van 24 april 2007 is een eenzijdig beeld gegeven en kan het publiek aan de hand van de uitzending slechts één conclusie vellen)

Het voorgaande mede in ogenschouw nemende, is naar het oordeel van de Raad in de uitzending een eenzijdig beeld gegeven, waarbij voor het publiek geen andere conclusie mogelijk lijkt dan dat klagers de hoofdverdachten in de aan de orde gestelde zaak zljn.

Gezien het voorgaande hebben verweerders dan ook grenzen overschreden van hetgeen, uit een oogpunt van journalistieke verantwoordelijkheid aanvaardbaar is.

(toevoeging mijnerzijds; zie terzake het oordeel van de Raad mijn onderstaand opgenomen opmerking daaromtrent)

Voor zover klagers betogen dat in de opgenomen telefoongesprekken zodanig is geknipt en geplakt dat een onjuist en misleidend beeld wordt geschetst overweegt de Raad dat de juistheid van dit betoog door haar niet kan worden vastgesteld. De Raad onthoudt zich dan ook van een oordeel hieromtren
t.

Uit het voorgaande vloeit voort;

A     overvaljournalistiek

- dat TROS zich aan overvaljournalistiek heeft schuldig gemaakt. Zie terzake ook de pagina waarin de uitspraak van de Raad inzake Cleantec V.O.F. / TROS Radar is behandeld.

B    tendentieuse- en eenzijdige berichtgeving / kijkers zijn op het verkeerde been gezet

- dat ik en mijn kantoor zijdens TROS niet deugdelijk tot hoor en wederhoor in de gelegenheid zijn gesteld, - dat ik voor de overvaljournalistiek van 5 april 2007 en voor de gewraakte uitzending van 24 april 2007 diverse keren contact met Hemmer heb gehad en dat ik aan Hemmer diverse informatie heb verstrekt. Voornoemde informatie is tijdens de gewraakte uitzending van 24 april 2007 noch op de website van TROS Opgelicht?! vermeld of opgenomen.
> de Raad oordeelt "deze informatie is niet of nauwelijks  door verweerders in de uitzending aan de orde gebracht. Het voorgaande mede in ogenschouw nemende, is naar het oordeel van de Raad in de uitzending een eenzijdig beeld gegeven, waarbij voor het publiek geen andere conclusie mogelijk lijkt dat klagers de hoofdverdachten in de aan de orde gestelde zaak zijn".
> Hetgeen meteen de visie van TROS als zijnde onjuist logenstraft dat het gebruikmaken van de overval journalistiek op 5 april  2007 een "goede" wijze is om aan mij wederhoor te verschaffen, en,
> aangeeft dat de Raad van mening is dat TROS de kijkers naar de gewraakte uitzending van 24 april 2007 en bijgevolg de bezoekers van haar website, hiermee op het verkeerde been heeft gezet. Lees; dat TROS c.s. hen heeft opgelicht?!

>    conclusie inzake de uitspraak van de Raad van 2 augustus 2007

A    woord vooraf / opmerkingen


Voorafgaand merk ik op dat ik het jammer vind dat de Raad over een aantal aanvullingen op het inleidende klachtschrift niet geoordeeld heeft in haar uitspraak. Want, het gaat om het grotere beeld. Dit beeld is, zoals ik dat voorgaand heb aangegeven, dat het geval van mij en mijn kantoor niet op zichzelf staat.

Ook vind ik het jammer dat de Raad niet uitdrukkelijk heeft geoordeeld dat TROS de telefoongesprekken sterk geknipt heeft uitgezonden. Want, TROS heeft bij mondde van mr Goes expliciet erkend dat het met Hemmer gevoerde telefoongesprek ruim 45 minuten heeft geduurd. Me dunkt dat geoordeeld kan en wellicht  geoordeeld dient te worden dat TROS inderdaad insinuerend geknipt heeft in het telefoongesprekken / de telefoongesprekken. Dit spreekt te meer  daar tijdens de uitzending van 24 april 2007 met géén woord over de duur van het telefoongesprek is gerept.

Met het onthouden van het oordel van de Raad terzake ben ik het dan ook niet eens.

Ik beraad mij op dit moment of het zinvol is om een aantal zaken nogmaals aan het oordeel van de Raad te onderwerpen. Hierbij denk ik met name aan het feit dat De Bie mij onder druk heeft geprobeerd te zetten dat hij en diens camera- en geluidsvriendjes nogmaals terug zullen komen indien ik niet datgene doe wat hij mij heeft opgedragen te doen.

B     de uitspraak

Ongeacht voornoemde opmerkingen over de uitspraak, is de uitspraak mijns inziens tamelijk duidelijk.

1. In de kern genomen is de Raad op geheel juiste gronden van mening dat TROS in de gewraakte uitzending van 24 april 2007 geheel ten onrechte een zéér eenzijdig beeld over de beweerdelijke rol van mij en van mijn kantoor heeft geschetst.
2. Wederom heeft de Raad geoordeeld dat de overvaljournalistiek van 5 april 2007 niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet.
3. De Raad heeft geoordeeld dat het niet noemen van de mijnerzijds aan Hemmer verstrekte essentiële informatie eveneens zéér laakbaar is

Het gevolg van dit alles is dat het grote publiek dwingend tot de conclusie moet komen dat ik en mijn kantoor de (hoofd) daders in de de in de gewraakte uitzending van 24 april behandelde zaak zijn.

Met het oog op het tegen TROS c.s. op te starten kortgeding is voornoemde uitspraak mijns inziens koren op de molen. Immers, een onafhankelijke instantie, die op het journalistieke vlak terzake deskundig geacht dient te worden, heeft onomwonden geoordeeld dat TROS c.s. zich jegens mij en mijn kantoor uiterst laakbaar en wederrechtelijk hebben gedragen.

>    het op te starten kortgeding

Mijns inziens staat het vast dat TROS Opgelicht?!, De Bie, Hemmer en Hertsenberg zich jegens mij en mijn kantoor aan een onrechtmatige daad hebben schuldig gemaakt, dat zij daarom jegens mij en mijn kantoor schadeplichtig zijn en dat zij ondermeer gehouden zijn om hun onjuiste uitlatingen over mij en mijn kantoor te rectificeren. In de naar TROS Opgelicht?! gezonden (sommatie)brieven heb ik het voorgaande van TROS verlangd. TROS heeft bij mondde van mr Goes te kennen gegeven dat TROS niet in der minne aan de sommatie van mij en mijn kantoor zal voldoen.

Daar TROS kennelijk niet in der minne bereid is om aan het voorgaande te voldoen, zal ik zéér binnenkort een kortgeding tegen TROS c.s. aanhangig maken.

Indien de kortgeding dagvaarding is betekend, dan zal ik de kortgeding dagvaarding op deze website publiceren.

>    bijlagen

-     kortgeding dagvaarding.

>    informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen.