Cleantec V.O.F. / TROS Radar
--    de uitspraak en het belang daarvan

Onderstaand behandel ik de uitspraak van de Raad voor de Journalistiek Cleantec V.O.F. / Radar.

Deze uitspraak is van belang omdat de Raad oordeelt dat;

1. de gebezigde overval journalistiek niet toelaatbaar is.
2. er géén sprake is van hoor en wederhoor.
3. TROS c.s. listig hebben geknipt en geplakt en de kijkers hebben misleid.
4. TROS c.s. indien iemand die zij aanvallen in de studio mag reageren, zij aan hem dwingend oplegt wat hij wel en wat hij niet mag zeggen.

Voor hetgeen TROS Opgelicht?! tijdens de uitzending van 24 april 2007 over mij en mijn kantoor heeft uitgezonden is deze uitspraak eveneens van eminent belang. Want, hier is sprake van hetzelfde.

Zie tevens het overzicht van jurisprudentie en overige vindplaatsen.

>      tekst van de uitspraak

Bij brief van 24 oktober 2006 heeft H.W.W. Hartman, vennoot, namens Cleantec V.O.F. (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van TROS Radar (hierna: verweerder). Hierop heeft verweerder geantwoord in een brief van 23 november 2006 met twee bijlagen. Klaagster heeft ten slotte nog bij schrijven van 28 november 2006 een bijlage overgelegd.  De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 1 december 2006 in aanwezigheid van voornoemde Hartman (hierna: Hartman) en diens echtgenote. Verweerder is daar niet verschenen. Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad de gewraakte uitzending bekeken. 

DE FEITEN  Op 9 oktober 2006 is in een uitzending van het televisieprogramma ‘TROS Radar’ aandacht besteed aan de bedrijfsvoering van klaagster, die is gespecialiseerd in het verjagen en preventief weren van ongedierte, waaronder spinnen (hierna: de uitzending). In de uitzending wordt aan de orde gesteld dat middelen voor het verwijderen dan wel preventief weren van spinnen volgens Nederlandse regelgeving niet zijn toegestaan.  De uitzending wordt door de presentatrice ingeleid als volgt:  “In Den Haag zit een heel ander type spindokter, en ook daar wordt de waarheid niet zo nauw genomen. Naar aanleiding van klachten zochten wij hem op.”  Vervolgens wordt een fragment getoond, waarin is te zien dat een medewerker van TROS Radar aanbelt bij het huis van Hartman, dat Hartman de TROS Radar-medewerker de toegang weigert en op enigszins hardhandige wijze reageert op de cameraploeg.  Hierna vervolgt de presentatrice:  “Meneer heeft vooralsnog weinig zin om uitleg te geven, zoals u ziet. Wat is er aan de hand? Het begint in een woonwijk in Barendrecht.”  Daarop worden vooraf opgenomen interviews getoond met een aantal inwoners van Barendrecht, die klaagster hebben ingeschakeld om spinnen te verjagen. Volgens de mensen zouden zij door klaagster zijn ‘genept’ en zou ‘gewoon water gespoten’ zijn om de spinnen te verjagen.  De presentatrice vervolgt:  “De spinnen zijn dus nooit echt weg geweest. (…) Wij gaan te rade bij Rein Jonker, vice-voorzitter van de erkende branchevereniging van ongedierte bestrijding en wij vragen hem of er eigenlijk wel middelen zijn toegestaan bij het bestrijden van spinnen.”  Vervolgens wordt een interview met Jonker getoond, die meedeelt dat geen middelen zijn toegestaan om spinnen te bestrijden of te verjagen. Voorts wordt de handelwijze van klaagster met Jonker besproken. Aan Jonker – en aan de kijker – worden beelden getoond van werkzaamheden van de zoon van Hartman (hierna: Hartman jr.), die zijn opgenomen met een verborgen camera.  Tijdens de opname wordt door een zogeheten voice-over het volgende gezegd:  “We willen nog steeds wel erg graag weten hoe het goedje dan heet.”  Vervolgens klinkt Hartman jr.:  “Ik zou het niet zo kunnen uitspreken, dat is echt heel moeilijk. Ancer.. Anceryla… Nee, ik zou het echt niet, ehh. Een heel lang moeilijk woord, dat weet ik wel. Ik heb 't wel eens geprobeerd te onthouden kan ik 't zo zeggen. Ik weet niet eens meer hoe je kakkerlak in 't Latijn zegt.”  Na dit fragment komt Jonker weer in beeld, die reageert als volgt:  “Stel nu dat er zich een calamiteit voordoet. Stel nu dat er iets gebeurt, eh, noem maar even een gek voorbeeld: die slang waar hij mee werkt die knapt. En er staan mensen in de omgeving. En iemand wordt nat. Dan vind ik dat deze man aan ambulance personeel, als de noodzaak er is, moet kunnen vertellen welk middel hij spuit. (…) Ik vind het een slechte zaak als iemand die de spuit hanteert, die zich gelegitimeerd bestrijder noemt, niet weet met welk product hij spuit.”  Daarna meldt de presentatrice dat Hartman telefonisch heeft laten weten dat hij een reactie wilde geven voor de camera. Volgens de presentatrice reageerde Hartman echter niet meer op telefoontjes, zodat medewerkers van TROS Radar hem zijn gaan opzoeken. Dan wordt getoond dat een TROS-medewerker aanbelt bij het huis van Hartman en de echtgenote van Hartman de deur opent. Zij deelt mee dat Hartman en hun zoon niet thuis zijn, dat zij aan het werk zijn en pas 's avonds weer terug komen. Daarna wordt gemeld dat Hartman al na tien minuten thuis komt en worden beelden getoond dat opnieuw wordt aangebeld en Hartman opendoet. Hartman deelt mee dat hij op dat moment de TROS-medewerker niet te woord wil staan en verzoekt de camera uit te zetten. Nadat de TROS-medewerker zegt dat de camera aanblijft, doet Hartman de deur dicht. Vervolgens belt de TROS-medewerker opnieuw aan. Hartman opent de deur en verzoekt opnieuw de camera uit te zetten. Als dat niet gebeurt, ontstaat een kleine worsteling waarbij ook Hartman jr. is betrokken.  Vervolgens zegt de TROS-medewerker:  “Ik kan niet elke dag een cameraploeg inhuren. Dat kost een heleboel geld.”  Hartman reageert daarop:  “Dan wil ik eerst weten wat voor vragen je wilt stellen.”  De TROS-medewerker laat weten:  “Er zijn klachten binnengekomen bij het Radarforum. Die zijn we gaan onderzoeken en daar hebben we vragen over.”  Hartman ten slotte:  “Geef me vijf minuten de tijd, wacht in je auto en dan kom ik, ja?”  In een volgend fragment legt Hartman zijn werkwijze uit, vertelt hij welke bestrijdings-middelen hij gebruikt en zegt hij bereid te zijn de inwoners uit Barendrecht tegemoet te komen.  Tot slot wordt Hartman in de studio geïnterviewd. Daarbij deelt de presentatrice mee dat dit op Hartmans verzoek is, omdat hij nog het een en ander wilde toevoegen. In de studio reageert Hartman op vragen van de presentatrice of hij de betrokken inwoners uit Barendrecht geld terug geeft, of hij zich zal aansluiten bij de erkende branchevereniging en of hij stopt met het verwijderen en weren van spinnen indien blijkt dat dit volgens Nederlandse regelgeving niet is toegestaan. Hartman deelt mee dat als hij iets fout doet, hij daarmee stopt, en dat hij contact zal opnemen met het ministerie van VROM. De uitzending wordt besloten met de mededeling dat Hartman en de inwoners uit Barendracht na afloop in gesprek zullen gaan om te bezien of zij in overleg tot een oplossing kunnen komen. 

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 

Klaagster stelt dat zij onheus door verweerder is bejegend, dat de uitzending zonder deugdelijk hoor en wederhoor tot stand is gekomen.  Ten onrechte is de suggestie gewekt dat Hartman niet bereikbaar was, terwijl verweerder hem zowel per telefoon als thuis heeft kunnen bereiken. Hartman is in de middag van 5 oktober 2006 meerdere malen gebeld door een TROS-medewerker, terwijl hij in een vergadering zat. Hartman heeft toen gemeld dat hij op dat moment geen tijd had, maar dat hij de volgende dag wel voor een reactie beschikbaar zou zijn. Vervolgens zijn Hartman en zijn vrouw later die dag op een agressieve, bedreigende wijze geconfronteerd met een cameraploeg. Zij waren daar niet op voorbereid, omdat Hartman al had laten weten dat hij de volgende dag op de kwestie zou terugkomen. Toen de cameraploeg niet wilde vertrekken is een handgemeen ontstaan. Hartman betreurt dit, maar stelt dat zijn reactie – gezien alle telefoontjes die middag en de confrontatie bij hem thuis – door de cameraploeg is uitgelokt. Ter zitting voegt Hartman hieraan toe dat hij graag tijd had willen vrijmaken voor het Radar-team, zodat het team een week met hem had kunnen meelopen om te zien hoe hij zijn werkzaamheden verricht.  Verder stelt klaagster dat de gehele uitzending suggestief is en een onjuiste voorstelling van zaken geeft. Er is zodanig in de opgenomen fragmenten geknipt dat een misleidend beeld is ontstaan. Daarbij wijst zij onder meer op de getoonde beelden van Hartman jr., die zijn opgenomen met de verborgen camera. Door de vraagstelling in de voice-over is ten onrechte gesuggereerd dat aan Hartman jr. is gevraagd met welk middel hij spoot en dat hij dat niet wist. Hij reageert echter op de vraag wat de Latijnse naam is voor spinnen, en daar had hij geen antwoord op. Daarom zegt hij ook aan het eind: “Ik weet niet eens meer hoe je kakkerlak in 't Latijn zegt.” 

Na het interview van 5 oktober 2006 heeft Hartman contact opgenomen met verweerder met het verzoek om in de studio nog het een en ander nader uit te leggen. Verweerder heeft hiermee ingestemd onder de voorwaarde dat in de studio alleen gesproken mocht worden over de wijze waarop Hartman de gedupeerden zou compenseren, over aansluiting bij de branchevereniging en zijn bereidheid om te stoppen met het weren en verwijderen van spinnen. Ook vlak vóór de uitzending is Hartman er nog eens met klem op gewezen dat hij alleen die drie dingen naar voren mocht brengen en dat als hij over iets anders zou beginnen, de presentatrice daarover zou praten. Hartman was het met de gestelde voorwaarden niet eens, maar heeft toch meegewerkt omdat hij niets te verbergen heeft en wilde redden wat er nog te redden viel. Ter ondersteuning van dit standpunt heeft klaagster een uitgewerkt verslag overgelegd van de bandopname die Hartman heeft gemaakt van de gesprekken die hij in de wandelgangen van de studio, voorafgaand aan de uitzending, met diverse TROS-medewerkers heeft gevoerd.
  Klaagster meent dat zij ten onrechte is beschuldigd van illegale praktijken en als oplichtster is neergezet. Zij benadrukt dat haar bedrijfsvoering bonafide is en dat zij al jaren haar medewerking verleent aan het televisieprogramma ‘Rotzooi en Co’ dat wordt uitgezonden door RTL4. Desgevraagd voegt Hartman hieraan ter zitting nog toe, dat hij door opdrachtgevers op de uitzending is aangesproken. 

Verweerder stelt voorop dat in het programma TROS Radar wordt getracht de samenleving en haar consumenten alert te houden en te maken en dat het programma in die zin ook een signalerende functie heeft.  Na onderzoek bleek dat het verjagen van spinnen onder de ongediertebestrijdingsmiddelenwet valt en verboden is. Vervolgens heeft verweerder in de week vóór 5 oktober 2006 dagelijks geprobeerd contact op te nemen met Hartman. Pas op 5 oktober 2006 is dit gelukt en is Hartman uitgenodigd om op 9 oktober 2006 naar de studio te komen om een weerwoord te geven. Daarbij is hem uitgebreid uitgelegd waar het over ging. Hartman heeft toen laten weten dat hij die dag niet naar de studio kon komen, maar dat hij niet afwijzend stond tegenover het geven van een reactie voor de camera. Dit zou hij overleggen met zijn zoon. Daarop belde Hartman jr. de redactie met de mededeling dat het lastig was om die dag een interview te geven omdat hij door het hele land aan het werk was. De redactie liet daarop weten dat zij naar hem toe wilde komen, waar hij ook was. Hartman jr. zou dat overleggen en dan terugbellen, maar heeft dat niet gedaan. Nadien heeft de redactie zowel Hartman als Hartman jr. herhaaldelijk geprobeerd te bellen en heeft zij de voicemails ingesproken. Slechts één keer is
gesproken met Hartman, maar dat gesprek werd afgekapt met de mededeling dat hij zou terugbellen, hetgeen niet is gebeurd.  Het Radar-team is daarom naar het adres van Hartman gegaan, dat op de website van klaagster is vermeld. Daar trof de verslaggever de vrouw van Hartman aan. Toen de verslaggever wilde wegrijden, kwam Hartman met zijn zoon aangereden. Volgens verweerder reageerde Hartman vrijwel direct agressief op de vragen van de verslaggever. Door Hartman en zijn zoon zijn vervolgens de nodige dreigementen en scheldkanonnades geuit, aldus verweerder.  Toen Hartman na enkele momenten bij zinnen kwam, heeft de verslaggever hem geconfronteerd met de klachten uit Barendrecht en overtredingen van wet- en regelgeving. Daarbij zijn op verzoek van Hartman, om hem ter wille te zijn, enkele feiten buiten beschouwing gelaten.  Vervolgens is Hartman op zijn verzoek ontvangen in de studio. Verweerder wijst erop dat het niet gebruikelijk is om iemand zowel in een filmpje als in de uitzending aan het woord te laten. Verweerder heeft besloten Hartman tegemoet te komen, maar wel onder de voorwaarde dat hij aanvullende informatie zou geven en een oplossingsgerichte insteek zou hebben. Volgens verweerder is hij zeer coulant geweest tegen Hartman.  Verweerder meent dan ook dat van onheuse bejegening of onzorgvuldig handelen geen sprake is geweest. 

BEOORDELING VAN DE KLACHT 

De klacht bestaat uit de volgende onderdelen: 
1. Hartman en zijn echtgenote zijn door verweerder en diens cameraploeg onheus bejegend; 
2. er heeft geen deugdelijke hoor en wederhoor plaatsgevonden; 
3. de uitzending bevat onjuiste en misleidende onderdelen. 

Ad 1.  TROS-medewerkers hebben zonder aankondiging met draaiende camera op 5 oktober 2006 aangebeld bij de woning van Hartman. Het verzoek van Hartman om de camera uit te zetten is niet gehonoreerd. Aldus is sprake van zogeheten 'overvaljournalistiek'.  Volgens het vaste oordeel van de Raad hierover kan deze werkwijze, vanwege het intimiderende karakter ervan, slechts dan geoorloofd zijn als die onontbeerlijk is om in het algemeen belang ernstige misstanden aan het licht te brengen en daarvoor geen ander middel open staat. (vgl. onder meer: VGZ Zorgverzekeraar tegen Frequin, RvdJ
<2003/59>) 
Verweerder heeft de gevolgde werkwijze gebruikt om Hartman in de gelegenheid te stellen te reageren op klachten over diens werkwijze. Van het aan het licht brengen van een ernstige misstand als hiervoor bedoeld, is geen sprake. 
Bovendien heeft Hartman eerder aan de redactie meegedeeld dat hij een reactie voor de camera wilde geven.
Hartman heeft voorts voldoende aannemelijk gemaakt dat hij heeft laten weten dat hij c.q. zijn zoon niet beschikbaar was op 5 oktober 2006, maar dat hij bereid was om een dag later een toelichting te geven. 
Verweerder heeft ter zake nog gesteld dat Hartman en zijn zoon hadden toegezegd de redactie hierover terug te bellen, maar dat zij dat niet hebben gedaan en dat het Radar-team daarom Hartman nog diezelfde dag thuis heeft opgezocht. Als deze stelling al juist zou zijn, hetgeen de Raad niet kan vaststellen, dan biedt zulks nog geen rechtvaardiging voor de gevolgde werkwijze.
De TROS-medewerkers hadden er immers ook voor kunnen kiezen om zonder draaiende camera bij Hartman aan te bellen en hem op dat moment in de gelegenheid te stellen zich op het interview voor te bereiden.  Aldus stonden voor verweerder ook andere middelen open en was het gebruik van de gevolgde werkwijze niet noodzakelijk en onnodig intimiderend. 

Ad 2.  In aanmerking genomen hetgeen hiervoor is overwogen, is Hartman in het eerste contact met de TROS-medewerkers niet op deugdelijke wijze gelegenheid tot wederhoor geboden.
Vervolgens is Hartman in de studio geïnterviewd. Mede gelet op het overgelegde verslag van de gesprekken die Hartman voorafgaand aan dat interview in de wandelgangen met een aantal TROS-medewerkers heeft gevoerd, is voldoende aannemelijk dat Hartman dermate dwingend over dat interview is geïnstrueerd dat hij zich niet vrij voelde in zijn wijze van reageren.  Hoewel verweerder Hartman aldus een aantal keren aan het woord heeft gelaten, heeft dit naar het oordeel van de Raad op zodanige wijze plaatsgevonden dat van deugdelijk hoor en wederhoor geen sprake is geweest. 

Ad 3.  Door de combinatie van tekst en beelden aan het begin van de uitzending is de suggestie gewekt dat Hartman niet aan de uitzending wilde meewerken. Deze suggestie is onjuist, nu Hartman meerdere malen had laten weten dat hij een reactie wilde geven. Dat Hartman dat wellicht aanvankelijk niet wilde doen op het door verweerder gekozen moment, maakt dit niet anders.  Voorts is in de uitzending gesuggereerd dat aan Hartman jr. de vraag zou zijn gesteld welk middel hij gebruikte bij het verjagen van spinnen en dat hij daarop het antwoord niet wist. Echter, in de uitzending wordt niet getoond op welke vraag Hartman jr. daadwerkelijk antwoord geeft. De Raad acht voldoende aannemelijk dat Hartman jr. oorspronkelijk is gevraagd naar de Latijnse benaming van spinnen en dat bij de montage van de beelden een voice-over is toegevoegd met de vraag naar het bestrijdingsmiddel.

De Raad is dan ook van oordeel dat in ieder geval de hiervoor bedoelde beelden zodanig in de uitzending zijn verwerkt dat daardoor een onjuist beeld van klaagster althans van Hartman en Hartman jr. is ontstaan. 

Een en ander leidt tot de conclusie dat verweerder, door te handelen en na te laten als hiervoor bedoeld, grenzen heeft overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.  

BESLISSING
  De klacht is gegrond.  De Raad verzoekt verweerder bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van TROS Radar en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.  Aldus vastgesteld door de Raad op 30 januari 2007 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, mw. mr. H.M.A. van Meurs, mw. drs. J.X. Nabibaks en drs. P. Sijpersma, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P. Blok, plaatsvervangend secretaris.


>       de uitspraak beoordeeld

A      de uitspraak bezien in het licht van het doen en laten van TROS Opgelicht?!

Onderstaand behandel ik een aantal niet limitatieve punten die voortvloeien uit de uitspraak van de Raad.

Om het een en ander duidelijk te maken behandel ik onderstaand een aantal uitspraken van de Raad, die van belang zijn in het licht van de voornoemd bedoelde uitspraak van de Raad.

overval journalistiek

Ik stel vast dat aan de hand van het vaste oordeel van de Raad TROS Opgelicht?! geheel ten onrechte overval journalistiek heeft toegepast.

Want, in tegenstelling tot het geval waarover de Raad zich voorgaand heeft gebogen, hebben zij aan mij helemaal niet gevraagd of ik voor de camera een reactie wil geven. Nee, zij zijn zonder dat zij op enige wijze met mij hebben geprobeerd contact op te nemen met hun cameraploeg bij mij verschenen.

Vaststaat dat zij, omdat zij over mijn telefoon-, adres en emailgegevens hebben beschikt, zij contact met mij kunnen opnemen, maar dat niet hebben gedaan.

hoor en wederhoor 1

Ik stel vast dat uitgaande van het vaste oordeel van de Raad ik niet op deugdelijke wijze gelegeheid tot wederhoor heb gekregen. Dit oordeel wordt verzwaard middels het feit dat TROS Opgelicht?! mijn aanbod tot een aanvullende reactie heeft afgewezen. TROS Opgelicht?! heeft mij dus niet deugdelijk in de gelegenheid tot wederhoor. Indien TROS Opgelicht?! mij daartoe wel in de gelegenheid had gesteld, dan ligt het gezien de uitspraak in de rede dat zij mij dwingend zou hebben geïnstrueerd wat ik wel of niet mag zeggen en over welke onderwerpen ik uitsluitend mag spreken.

Wat tevens opvalt in de uitspraak is dat de Raad het laakbaar acht dat TROS c.s. voorwaarden stelt aan hetgeen waarover Hartman tijdens de opname in de studio mag spreken. Hetgeen erop wijst dat TROS c.s. dicteert hetgeen zij waar opnames van worden gemaakt over mogen spreken. Ook is het duidelijk dat de Raad terzake terecht een geheel andere mening heeft dan TROS c.s.

hoor en wederhoor 2; de wereld volgens TROS?!

In voornoemde uitspraak is geschreven;

Vervolgens is Hartman op zijn verzoek ontvangen in de studio. Verweerder wijst erop dat het niet gebruikelijk is om iemand zowel in een filmpje als in de uitzending aan het woord te laten.
Verweerder heeft besloten Hartman tegemoet te komen, maar wel onder de voorwaarde dat hij aanvullende informatie zou geven en een oplossingsgerichte insteek zou hebben. Volgens verweerder is hij zeer coulant geweest tegen Hartman.  Verweerder meent dan ook dat van onheuse bejegening of onzorgvuldig handelen geen sprake is geweest.


Het voorgaande geeft duidelijk aan dat TROS c.s. een alternatieve en ongewone visie op hoor en wederhoor heeft. Uit de uitspraak van de Raad vloeit evenwel geheel terecht en klip en klaar voort dat de visie van TROS c.s. op hoor- en wederhoor geheel onjuist is.

Want, voor iedereen met een gezond verstand is het te begrijpen dat overval journalistiek, met name indien   de aangevallene ziek is, voor deze bijzonder overrompelend en intimiderend is, die ertoe kan leiden dat de  reactie anders is dan dat normaal te doen gebruikelijk is. Uit eigener ervaring kan ik verklaren indien de reactie anders is dan TROS Opgelicht?! dat wenselijk acht, dat zij in een dergelijk geval van het afzonderlijk horen van hun slachtoffer afzien. Daarom hun wijze van handelen in strijd met het beginsel van hoor en wederhoor.

Betrokken op het geval die ik op een andere pagina ook aan de orde heb gebracht, staat het, aan de hand van het oordeel van de Raad,

aldus is sprake van zogeheten 'overvaljournalistiek'.  Volgens het vaste oordeel van de Raad hierover kan deze werkwijze, vanwege het intimiderende karakter ervan, slechts dan geoorloofd zijn als die onontbeerlijk is om in het algemeen belang ernstige misstanden aan het licht te brengen en daarvoor geen ander middel open staat. (vgl. onder meer: VGZ Zorgverzekeraar tegen Frequin, RvdJ <2003/59>),

vast, dat de zijdens TROS Opgelicht?! gebezigde overval journalistiek niet toelaatbaar is. Immers, zij heeft over mijn telefoon-, adres- en emailgegevens beschikt. Dus TROS Opgelicht?! kan mij gemakkelijk vragen om een toelichting te geven voor de camera. Uit de andere pagina en uit de getuigenverklaring vloeit voort dat het voorgaande niet hetgeen is dat TROS Opgelicht?! ambieert.

Uit een andere uitspraak van de Raad vloeit voort dat indien in een programma/uitgave een ernstige beschuldiging wordt geuit, hoor en wederhoor in één en dezelfde uitzending of publicatie dient plaats te vinden.

Kortom, TROS?! heeft een niet gebruikelijke visie over hoor en wederhoor!

het knippen in beeld- en geluidsopnames

De Raad heeft in voornoemde uitspraak het op listige wijze bewerken van de gemaakte beeldopnames, die later voorzien zijn van een voice-over, laakbaar geacht.

Ik neem aan dat de Raad eenzelfde opvatting zal hebben over het feit dat TROS Opgelicht?! de gemaakte opnames van de telefoongesprek(ken) die ik met Hemmer heb gevoerd op listige wijze uiterst geknipt heeft uitgezonden. Waarom? Omdat in de uitzending van 24 april 2007 géén melding is gemaakt van het feit dat ik aan Hemmer heb verteld wat Meer aan mij heeft voorgesteld en dat ik op diens voorstel afwijzend heb gereageerd, noch heeft zij de nadien de emailberichten van Meer, waarin het voorgaande is bevestigd, in de uitzending van 24 april 2007 genoemd / getoond.

Wat is de achterliggende reden van het voorgaande?

Omdat TROS Opgelicht bij haar kijkers, in onderlinge samenhang met de algemene teneur van de uitzending, maar één mogelijke conclusie heeft opgedrongen, te weten; dat ik en mijn kantoor zich aan oplichtingspraktijken hebben schuldig gemaakt.

Wat is dit? Juist, dit is in elk geval niet het gedrag dat van een journalist kan en mag worden verwacht.

het insinueren in de uitzending

Ik stel vast uitgaande van de uitspraak van de Raad dat TROS Opgelicht?! middels de combinatie van tekst en beelden tijdens de uitzending de dwingende suggestie heeft gewekt dat ik en mijn kantoor ons schuldig gemaakt hebben aan oplichtingspraktijken. Daarnaast heeft TROS Opgelicht?! geheel ten onrechte geïnsinueerd dat ik en mijn kantoor moelijk te vinden zijn. Dit is als gezegd onjuist omdat Hemmer over mijn telefoonnummers en mij emailadres heeft beschikt. Het dienst veelmeer als een (mislukte) poging van TROS te worden beschouwd om een rechtvaardiging te zoeken voor de jegens mij en mijn kantoor gebezigde overvaljournalistiek.

Zie terzake hetgeen de Raad in haar uitspraak 2004/98 (X en Y / TROS Opgelicht?!) heeft geoordeeld;


wat betreft onderdeel 1. stelt de Raad voorop dat het maatschappelijk relevant en journalistiek geboden kan zijn om journalistiek onderzoek te verrichten naar de mogelijke betrokkenheid van klagers bij onoorbare praktijken. Het is immers een taak van de pers om misstanden aan de kaak te stellen. Dat neemt niet weg, dat een journalist bij zijn onderzoek zorgvuldig te werk moet gaan en dat door hem gepubliceerde feiten moeten zijn gebaseerd op voldoende deugdelijk materiaal.
De vormgeving van de gewraakte uitzending – de wijze van presenteren van feiten en meningen in combinatie met de montage van de beelden – laat de kijker weinig ruimte voor een andere conclusie dan dat klagers, althans X, er een gewoonte van maken zich te laten betalen voor het aanbrengen onderscheidenlijk leveren van hairextentions en nagelpakketten die niet deugen. Door deze beschuldigingen, geuit in een programma dat gevallen van ‘oplichting’ aan de kaak wil stellen, worden klagers in hun bedrijfsuitoefening ernstig gediskwalificeerd.
Ten aanzien van elk van beide beschuldigingen is in de uitzending slechts één enkele bron opgevoerd: de vrouw en haar dochter die zich uitlaten over de hairextentions kunnen niet als twee van elkaar onafhankelijke bronnen worden beschouwd. Uit de door verweerders overgelegde stukken is niet gebleken dat de aan het adres van klagers geuite beschuldigingen worden ondersteund door andere (in voldoende mate representatieve) bronnen, zodat moet worden geconcludeerd dat voor die beschuldigingen onvoldoende grond bestaat. Dit onderdeel van de klacht is derhalve gegrond.


Ik neem aan dat de Raad de wijze waarop TROS Opgelicht?! het beeld heeft geschetst over mij en mijn kantoor in de uitzending van 24 april 2007 de ether heeft gezonden eveneens laakbaar zal achten.

het niet melden van essentiële feiten en misleiding

In de uitspraak inzake de klacht van HPT Devolepment B.V. / TROS Opgelicht?! (2003/48) is het onderstaande geschreven;

Verweerder heeft echter wel onzorgvuldig gehandeld door geen weerwoord van klaagster in de uitzending op te nemen. Immers, bij berichtgeving als de onderhavige - die ernstige beschuldigingen aan het adres van klaagster bevat - dient een journalist met bijzondere zorgvuldigheid te werk te gaan, hetgeen in het algemeen onder meer inhoudt het toepassen van wederhoor. Dat de beschuldigingen zijn geuit door een geïnterviewde, maakt zulks niet anders.
Peeters heeft in verschillende brieven/faxberichten aan verweerder de handelwijze van klaagster inhoudelijk toegelicht. De inhoud van deze toelichting is in het geheel niet in de uitzending weergegeven.
Bovendien is niet in geschil dat slechts tijdens het bezoek van Bloemberg de bij verweerder bekende concrete klachten over de handelwijze van klaagster aan Peeters zijn voorgelegd, met de uitnodiging om daarop voor de camera te reageren. Het had echter op de weg van verweerder behoren te liggen die klachten tevens schriftelijk aan klaagster voor te leggen en haar de gelegenheid te bieden daarop desgewenst schriftelijk te reageren. Het was immers niet aan verweerder om te bepalen dat klaagster zich slechts zou kunnen verweren door voor de camera te verschijnen.
Verweerder heeft dit nagelaten en vervolgens in zijn uitzending ten onrechte gesuggereerd dat klaagster niet inhoudelijk op de kwestie heeft willen reageren.
Door aldus te handelen en na te laten heeft verweerder op dit punt grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaarbaar is.


In de uitzending van 24 april 2007 waarin TROS c.s. mij en mijn kantoor als (mede) daders hebben bestempeld is hetzelfde het geval. Want. TROS Opgelicht?! heeft de mijnerzijds verstrekte schriftelijk informatie niet in haar uitzending verwerkt. Hetgeen zij mijns inziens wel had behoren te doen.

Daarnaast vloeit uit voornoemd oordeel voort dat het de aangewezen weg is om de klachten schriftelijk voor te leggen aan mij en mijn kantoor. Dit is plausibel te achten daar tussen mij en TROS Opgelicht?! reeds telefonisch en schriftelijk contact bestaat. In plaats daarvan heeft TROS Opgelicht?! geheel ten onrechte tot het gebruik van overval journalistiek besloten.

Uit de uitspraak leid ik tevens af dat TROS Opgelicht?! middels haar bewering dat ik en mijn kantoor moeilijk te vinden zijn de kijkers naar haar programma heeft misleid. Want, genoegzaam staat het vast dat daar Hemmer over mijn telefoonnummers, mijn adres en over mijn emailbericht heeft beschikt, dit als een aperte leugen gelogenstraft wordt.

misleiding

In de uitspraak inzake Groot / TROS Radar (2003/25) heeft de Raad inzake misleiding geoordeeld;

Verweerder heeft derhalve het publiek misleid omtrent de vermissing van betrokkene. Een journalist dient zich echter steeds te onthouden van misleiding van het publiek. De Raad is dan ook van oordeel dat verweerder de grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

Ik meen dat TROS Opgelicht?! in haar uitzending van 24 april 2007 en in hetgeen zij terzake op haar website heeft geschreven de kijkers naar haar programma en de bezoekers van haar website heeft misleid. Vaststaat dat een goed journalist zich van misleiding dient te onthouden.

conclusie

Uit de uitspraak van de Raad vloeit voort dat het optreden van TROS Opgelicht?! jegens mij en mijn kantoor wegens meerledige redenen journalistiek niet deugdelijk te achten is.

B      diversen

>      niet vrij spreken

Op de pagina inzake Baaten en Van den Heuvel en inzake Teleng heb ik reeds aangegeven dat het zeer goed mogelijk is dat TROS Opgelicht?! Baaten en van den Heuvel en ook Teleng dwingend heeft geïnstrueerd wat zij wel of niet mogen zeggen.

Voornoemd vermoeden is plausibel.

Want, indien "de oplichter" dwingend wordt voorgehouden wat al dan niet gezegd kan en mag worden, dan ligt het in de rede dat dit het geval is bij iedereen die in de studio aanwezig is. Voornoemd vermoeden wordt gevoed middels het feit dat Baaten en Van den Heuvel buiten de uitzending van 24 april 2007 iets geheel anders hebben gezegd dan hetgeen zij tijdens voornoemde uitzending hebben gezegd. Het voorgaande wordt uiteraard zéér kwalijk indien het achterliggende doel en oogmerk is om een kijkertrekkend programma te maken, waarbij de waarheid niet het allerbelangrijkst blijkt te zijn.

>       arrest van de Hoge Raad

In het arrest van de Hoge Raad (2 mei 2003, nr C01/240HR, LJN AF3416) wordt inzake overval journalistiek geschreven;

"voor het maken van het televisie-opnamen voor zijn programma Breekijzer meermalen onaangekondigd en met lopende camera op intimiderende wijze (verweerder 1) heeft benaderd,
hem heeft geconfronteerd met niet-geverifieerde verwijten,
zonder hem op deugdelijke wijze gelegenheid te geven zij visie op de zaak te geven en op denigrerende wijze over hem en IPA heeft uitgelaten (...)
De hier gevolgde werkwijze is niet gericht op het signaleren van misstanden of het voorlichten of waarschuwen van consumenten, maar beoogd enkel de aantrekkelijkheid van het programma breekijzer
”.


Kortom, het arrest van de Hoge Raad onderschrijft het oordeel van de Raad van de Journalistiek op het gebied van de toelaatbaarheid van overval journalistiek. Feitelijk heeft de Hoge Raad scherp en goed gezien dat overval journalistiek bij het programma Breekijzer / TROS Opgelicht?! géén onderzoeksmiddel is, maar dat het slechts dient om de aantrekkelijkheid van het televisieprogramma te vergroten.

C      algemene conclusie

Wat is het belang van voornoemde uitspraak/uitspraken?

Het geeft aan dat TROS Opgelicht?! zich, uitgaande van een aantal uitspraken van de Raad, zéér laakbaar heeft gedragen. Tevens geeft het mijns inziens aan dat TROS Opgelicht?! kennelijk meent dat haar alles is toegestaan.


Op grond van het voorgaande ben ik van mening dat uit het voorgaande voortvloeit dat TROS Opgelicht?! zich jegens mij en mijn kantoor, maar ook jegens de kijkers van haar programma, zich uiterst laakbaar heeft gedragen.

>       informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen.