TROS Ogelicht?!; minder zuiver op de graat?!
--    het doen en laten van TROS Opgelicht?!

TROS Opgelicht?! is een programma waarin vermeende oplichtingspraktijken aan de kaak worden gesteld.

Alleen is het
de vraag of TROS Opgelicht?! zichzelf ook aan oplichtingspraktijken schuldig maakt.

Het antwoord op voornoemde vraag wordt onderstaand behandeld. Onderstaand wordt aangetoond dat het antwoord op voornoemde vraag mijns inziens bevestigend is.

Voor het antwoord op voornoemde vraag en hetgeen TROS Opgelicht op haar website heeft geschreven lees hier.

>     de feiten en andere zaken betreffend de uitzending van 24 april 2007

Onderstaand behandel ik een aantal zaken die betrekking hebben op de beantwoording van voornoemde vraag.

-      de overval journalistiek van 5 april 2007

Op een andere pagina van deze website zijn reeds de beweringen van Lucas Bakker aan de orde gekomen. Dit blijkt voor de vraag die hier beantwoordt dient te worden van belang te zijn. Iemand heeft mij erop geattendeerd dat Lucas Bakker zich tot TROS Opgelicht?! heeft gewend met diens beweringen. Ik heb op of omstreeks 21 maart 2007 telefonisch contact opgenomen met Ellen Hemmer, werkzaam binnen TROS Opgelicht?! als redactiemedewerkster. Naar haar heb ik inzake de beweringen van Lucas Bakker een uitleggend emailbericht gestuurd. Bij het emailbericht heb ik een aantal bijlagen gevoegd. Met Hemmer heb ik vervolgens nog een aantal keren telefonisch contact opgenomen.

Het is van belang dat Hemmer over het adres-, over de telefoonnummers- en over het emailadres van mijn kantoor beschikt. Dit blijkt voor de beantwoording van de te beantwoorden vraag voornoemd van belang te zijn.

Op 5 april 2007 is een cameraploeg van TROS Opgelicht?! bij mij geheel onaangekondigd verschenen, onder leiding van verslaggever Peter de Bie. Dit wordt overval journalistiek genoemd. Op dat moment ben ik ziek. Ik heb dit aan De Bie meegedeeld, maar hij heeft aan mij te kennen gegeven dat ik er wat hem betref goed uitzie. Ik heb aan De Bie tevens meegedeeld dat ik het maken van beeld- en geluidsopnames niet op prijs stel en dat ik op een later moment bereid ben over de zaak te spreken. De Bie heeft zich hieraan niet véél gelegen gelaten. De Bie, heeft zich tijdens de overval een grootmeester getoond in het insinueren, in het leggen van woorden in mijn mond etc. De Bie heeft de zaken van Lucas Bakker, van Astrid en Nico Bakker en van Baaten en Van den Heuvel tijdens de overval aan de orde gebracht.

Voorzover dat mogelijk is, heb ik stelling genomen op de beweringen en insinutaties van De Bie. Alleen is dat gezien de geheel ten onrechte overval zijdens De Bie en diens camera- en geluidsvriendjes en het intimerende karakter die verbonden is aan overvaljournalistiek niet echt goed mogelijk. Bovendien is uit de toonzetting van het gesprek zijdens De Bie het op voorhand duidelijk dat de mening bij De Bie reeds vastbepaald is. Kortom, het heeft niet echt uitgemaakt wat ik tegen hem heb gezegd. Mijn schuld staat bij De Bie en bij Hemmer op voorhand vast. Hetgeen mijns inziens niet bepaald als goed journalistiek optreden beschouwd kan worden.

-      wat is er aan de hand?

-->  Teleng en het aan mij getoond paspoort

Medio november 2006 heb ik te Girona iemand ontmoet die zich aan mij met een Nederlands Paspoort aan mij heeft gelegitimeerd als zijnde Johannes Hendrikus Teleng. Voornoemd paspoort verloopt op juli 2007 en degene die ik heb gezien lijkt sterk op de foto op het paspoort en het paspoort is voor mij niet te herkennen als zijnde een vals paspoort.

-->   wat heb ik gedaan

Teleng heeft aan mijn kantoor gevraagd om verzoeken om financieringen van ondernemers inventariserend te beoordelen. Teleng heeft het eerste contact met hen gehad, waarna, indien de aanvraag interessant lijkt te zijn, de zaken naar mijn kantoor zijn gezonden. Mijn kantoor heeft contact met hen opgenomen (telefonisch en per emailbericht). In véél gevallen heeft er een bespreking plaatsgevonden. Aan de hand van het voorgaande heb ik aan Teleng een advies gegeven of aan de geld vragende partij een bedrag kan worden geleend. Teleng heeft vervolgens aan mij meegedeeld of hij al dan niet geïnteressseerd is. Indien Teleng met een geldvragende partij verder wil, heb ik een overeenkomst opgesteld, die ik naar de geld vragende partij heb gezonden. In een relatief klein aantal gevallen is er een overeenkomst gesloten en is er een bedrag aan rentegarantie (rente vooraf betaald) voldaan.

Uitgaande van het aan mij getoond paspoort heb ik aangenomen dat alles, voorzover betrekking hebbend op Teleng, goed en correct is. Lees; dat hij degene is die op het aan mij getoonde paspoort staat vermeld.

Voor meer informatie over Teleng/Meer lees hier.

-->  het geval Baaten en Van den Heuvel

Één van de geld vragende partijen zijn Baaten en Van den Heuvel. Hun geval is in de uitzending van 24 april 2007 aan de orde gekomen.

Zij willen te Heerlen een discotheek overnemen. Met hen heb ik contact gehad per telefoon, per emailbericht en tijdens een aantal besprekingen. Van den Heuvel is een student en  Baaten heeft een baan. Baaten en Van den Heuvel hebben aan mij meegedeeld dat Baaten een lichte bkr-codering heeft, die te wijten is aan een niet betaalde telefoonrekening. Ik heb aan hen geadviseerd dat het, gezien de lichte bkr-codering, Baaten een doorlopend krediet moet kunnen afsluiten, dienend om het bedrag aan rentegarantie daarmee te kunnen voldoen. Uiteindelijk hebben zij een overeenkomst met Teleng aangegaan en hebben zij een bedrag aan rentegarantie en de kosten van de overeenkomst voldaan. Baaten en Van den Heuvel hebben aan mij meegedeeld op de dag dat zij de overeenkomst hebben ondertekend, dat zij de overeenkomst aan een advocaat hebben laten lezen en dat deze aan hen heeft meegedeeld dat de rente vooraf betalen geheel normaal is indien er sprake is van onvoldoende zekerheden. Een probleem bij de uitvoering van de overeenkomst is, dat zij op grond van de Wet Bebop zeker moeten weten dat het geld wit is. Dit is één van de redenen dat het zijdens Teleng aan hen te lenen bedrag niet aan hen is voldaan omdat het voorgaande niet onomstotelijk kan worden aangetoond. Een andere reden waarom zij tot op heden géén bedrag hebben ontvangen is, dat zij niet de IBAN- en de IIC code van hun rekening hebben verstrekt. Beide codes zijn nodig voor een buitenlandse overboeking. Medio mei 2007 hebben zij voornoemde codes nog steeds niet verstrekt.

Gaandeweg de uitvoering van de overeenkomst hebben Baaten en Van den Heuvel aan mijn kantoor opdracht verstrekt om langs andere weg voor hen een lening te bewerkstelligen. Ik heb hen ondermeer ondergebracht bij een zakelijke relatie. Medio maart 2007 heeft Van den Heuvel aan mij meegedeeld dat ik mij aan oplichting heb schuldig gemaakt omdat ik hen bij een niet bestaande financieel adviseur heb ondergebracht. Dit is voor mij aanleiding geweest om de uitvoering van de opdracht te staken.

Baaten en Van den Heuvel hebben tegen mij op een bepaald moment gezegd dat zij vrijwel zeker weten dat Teleng in Nederland verblijft. Gezien het feit dat ik slechts weet dat degene die ik ken als zijnde Teleng in Spanje woont, heb ik tegen hen gezegd dat dit niet het geval is. 

Baaten en Van den Heuvel hebben aan mij gevraagd om een kopie van het paspoort van Teleng. Ik heb de kopie aan hen verstrekt.

Van Hemmer heb ik, ondanks het feit dat zij over mijn adres-, telefoon- en emailgegevens beschikt, over het geval van Baaten en Van den Heuvel en van Astrid en Nico Bakker van haar of één van haar collega's tot 5 april 2007 niets vernomen.

-->   contact met Teleng (Meer) na de overval journalistiek

Na de overval zijdens De Bie en diens camera- en geluidvriendjes heb ik telefonisch contact opgenomen met degene die ik ken als zijnde Teleng. Ook heb ik naar hem een emailbericht gestuurd. Hij heeft op 5 april 2007 telefonisch en nadien per emailbericht jegens mij erkend dat hij inderdaad niet Teleng is, maar dat hij René van de / van der Meer heet en dat hij zich aan mij met een vals paspoort heeft gelegitimeerd.

Meer heeft aan mij voorgesteld dat indien een financiering, nadat degene die geld wil lenen een bedrag heeft betaald, wordt afgewezen, voornoemd bedrag wordt gedeeld. Dit in tegenstelling tot de voorgaande regeling dat ik mijn bestede tijd van hem betaald krijg. Ik heb aan Meer te kennen gegeven, telefonisch en nadien per emailbericht, dat ik hiervoor helemaal niets voel en dat ik de zakelijke samenwerking als beëindigd beschouw. In reactie op het voorgaande heeft Meer een aantal tamelijk bedreigende emailberichten naar mij gezonden.

Voor meer informatie over Meer lees hier.

Op dat moment is het mij dus voor het eerst bekend en bewust dat Teleng niet degene is die hij zich aan mij heeft voorgedaan, maar dat hij beweert Meer te heten.

Over degene die daadwerkelijk Teleng is lees hier.

-    het contact met Hemmer na 5 april 2007

Ik heb nadat De Bie mij overvallen heeft meteen telefonisch contact opgenomen met Hemmer. Naar haar heb ik een tweetal brieven gestuurd en heb ik een groot aantal emailberichten (meer dan 14!) naar haar gezonden. Buiten voornoemd telefoongesprek heb ik met haar diverse telefoongesprekken gevoerd. In reactie daarop heeft Hemmer aan mij meegedeeld dat zij en de haren doende zijn om de naar haar gezonden stukken en informatie te onderzoeken en dat de beeld- en geluidsopnames van mij vooralsnog niet zullen worden uitgezonden.

Onderstaand blijkt het woord van Hemmer niet véél waard te zijn.

Uiteindelijk blijkt TROS Opgelicht?! toch een uitzending te willen weiden aan het onderwerp. Binnen de uitzending wordt slechts aandacht besteed aan het geval van Baaten en Van den Heuvel, zo vloeit voort uit hetgeen TROS Opgelicht?! op haar website heeft geschreven.

Ongeveer één week voor de uitzending heeft Van den Heuvel met mij telefonisch contact opgenomen. Hij heeft aan mij gevraagd of ik bereid ben om voor de 2e keer hen behulpzaam te zijn om een lening te verkrijgen. Hierop heb ik positief gereageerd. Van den Heuvel heeft aan mij gevraagd of ik de lening binnen één week kan regelen? Hetgeen onmogelijk is, zo heb ik aan hen meegedeeld. Het is van belang dat zij als gezegd aan mijn kantoor reeds eerder een dergelijk verzoek hebben gedaan. Dit 1e verzoek is ten tijde dat zij met Meer in onderhandeling verkeren over de afwikkeling van de overeenkomst die zij met hem zijn aangegaan. Het voorgaande heb ik aan Hemmer, tot grote verbazing van haar, gemeld.

Van Baaten en van Den Heuvel heb ik tevens vernomen dat Baaten niet één lichte Bkr notering heeft maar meerdere en dat daarom het krijgen van een financiering onmogelijk is. Dit hebben zij niet eerder aan mij gemeld. Hetgeen ertoe leidt dat het krijgen van een financiering geheel anders is geworden. Sterker nog het wordt hierdoor vrij moeilijk. Dit heb ik naast aan Baaten en Van den Heuvel ook aan Hemmer gemeld.

Vanaf het begin dat ik met Hemmer contact heb gehad heb ik te kennen gegeven dat ik tot medewerking en het verstrekken van informatie bereid ben. Opmerkelijk genoeg heeft TROS Opgelicht?! uitdrukkelijk mijn aanbod schriftelijk afgewezen om in een persoonlijk gesprek of opname mijn kant van het verhaal uit de doeken te doen.

-    de uitzending van 24 april 2007

Op 24 april 2007 is het onderwerp uitgezonden. Hierin blijken de op 5 april 2007 gemaakte opnames van mij deels uitgezonden te zijn. Want, ondermeer de laatste zin van De Bie, waarin deze heeft gezegd dat als ik niet doe wat hij zegt, hij gewoonweg nogmaals met de cameraploeg zal langskomen en het feit dat ik gemotiveerd heb stellinggenomen op de zaken van Lucas Bakker en van Astrid en Nico Bakker, is uit de uitgezonden beeld- en geluidopnames geknipt. Zie terzake de onderstaand opgenomen getuigenverklaring, die het voorgaande als zijnde juist onderstreept. Voor meer informatie klik hier.

Binnen voornoemd onderwerp is het beeld opgeworpen alsof ik en mijn kantoor medeplichtig zijn aan oplichting van ondermeer Baaten en Van den Heuvel. Waarschijnlijk is dit te wijten aan het feit dat Meer voor Opgelicht?! niet traceerbaar is. Voor meer informatie klik hier.

Ook blijkt tijdens het programma te zijn beweerd dat ik uiterst lastig te vinden ben. Dit is de reden dat De Bie en diens camera- en geluidsvriendjes beweerdelijk bij mij zijn gekomen. Omdat Hemmer over mijn adres- telefoon- en emailgegevens heeft beschikt, is dit geheel onjuist. Want, Hemmer heeft naar mij welgeteld één emailbericht gestuurd, dus zij beschikt over mijn emailadres, en zij heeft één kéér met mij telefonisch contact opgenomen, dus zij beschikt over mijn telefoonnummers. Hemmer kan met mij contact opnemen en aan mij vragen of ik bereid ben om voor de camera mijn kant van het verhaal uit de doeken te doen, maar dat heeft zij niet gedaan. Kortom, TROS Opgelicht?! heeft geprobeerd om achteraf een rechtvaardiging te vinden voor de gebezigde overval journalistiek en voor haar voornemen en oogmerk op een op sensatie gericht programma te maken.

Daarnaast blijkt uit één of meerdere met Hemmer gevoerde telefoongesprekken, die zonder mijn medeweten of instemming zijn opgenomen, een zéér klein gedeelte te zijn uitgezonden. Uiteindelijk heeft TROS schriftelijk erkend dat zij uit een zéér lang telefoongesprek slechts een zéér klein gedeelte hebben geknipt. Uit het telefoongesprek van ruim 30 minuten heeft TROS, in een jegens mij en mijn kantoor insinuerende en verdacht makende context, slechts ongeveer 6 seconden uitgezonden, zonder dat zij melding hebben gemaakt van de duur van het telefoongesprek tijdens de uitzending. Wat het verhaal nog méér vervelend maakt is, dat ik aan Hemmer heb meegedeeld wat het voorstel van Meer inhoudt en dat ik dat voorstel van hem heb afgewezen. Waarover tijdens de uitzending aantoonbaar met géén woord is gerept.

Op de website van TROS Opgelicht?! blijkt tevens een dossier Gert Jan van Broekhoven te zijn opgenomen. Ook in dit dossier, voorzover het de naam dossier mag dragen, heeft TROS Opgelicht?! evenmin de mijnerzijds aan voornoemd programma verstrekte informatie verwerkt. Voor meer informatie klik hier.

Na de uitzending van 24 april 2007, heeft een journalist van het dagblad De Limburger met mij contact opgenomen. In tegenstelling tot hetgeen bij TROS Opgelicht kennelijk gebruikelijk is, weet voornoemde journalist zéér goed wat hoor en wederhoor inhoudt. Uit voornoemd krantenartikel vloeit voort dat Baaten en Van den Heuvel in voornoemd krantenartikel een aantal zaken hebben erkend, waarover in de uitzending  van 24 april 2007 in het geheel niet is gesproken. Onder andere het feit dat zij de overeenkomst die zij met Meer zijn aangegaan aan een advocaat hebben laten lezen voordat zij getekend hebben en dat deze tegen hen heeft gezegd dat het betalen van de rente vooraf gebruikelijk is als er sprake is van onvoldoende zekerheden.

Het voorgaande geeft ofwel aan dat TROS Opgelicht?! blind is gevaren op één bron, dan wel dat zij om wille van de kijkcijfers een zichtbare dader hebben willen creëren, wetende dat hun aantijging geheel onjuist is. Ik meen dat het laatste het geval is.

Hoewel TROS Opgelicht?! beweert dat zij het één en ander tot de bodem heeft uitgezocht, is daar onder géén beding sprake van.

>   de te beantwoorden vraag

Ik ben van mening dat het doen en laten van TROS c.s. in de volgende vraag kan worden samengevat;

     
maakt TROS Opgelicht?! zich aan oplichtingspraktijken schuldig?

Aan de hand van de uitzending van  24 april 2007 kan slechts worden geconcludeerd dat er sprake is van een zéér eenzijdig, onjuist, tendentieus etc beeld over mij en mijn kantoor. Hoogst waarschijnlijk is niet de waarheid maar een smeuïg verhaal dat véél kijkers moet trekken het belangrijkst.

Dat TROS  aantrekkelijke programma's wil maken, ligt voor de hand. Dat zij hierbij kennelijk, op grond van belabberd slecht journalistiek onderzoek, middels het inkleuren van het verhaal in de haar welgevallige wijze en middels het verzwijgen van hen bekende feiten, mij en mijn kantoor zwaar in diskrediet menen te mogen brengen, is hun zaak. Mijn zaak is om de zijdens TROS c.s. geleden en te lijden schade redelijkerwijs te beperken.

A       het bedotten van kijkers om wille van de kijkcijfers

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat TROS Opgelicht?! een programma is die de waarheid in een haar kennelijk welgevallige wijze inkleurt om wille van de kijkcijfers. Het heeft tot gevolg dat de kijkers van haar programma's en de bezoekers van haar website op het verkeerde been worden gezet.

Kortom, de kijkers worden bedot en opgelicht op een listige wijze
.

B      het slachtoffers maken om wille van de kijkcijfers

Vaststaat mijns inziens aan de hand van hetgeen op deze pagina is geschreven, dat TROS Opgelicht?! er niet bepaald voor schuwt om iemand, in dit geval mij en mijn kantoor, om wille van de kijkcijfers, ernstig in diskrediet te brengen en forse schade te betrokkenen, zonder dat daarvoor een goede en plausibele reden aanwezig is.

Het gaat er niet om of bepaalde zaken waar zijn. Deze ontken ik namelijk niet. Maar het gaat om de vraag of het TROS Opgelicht?! is toegestaan om op basis van slecht en ernstig gekleurd journalistiek onderzoek, het opzettelijk niet vermelden van wezenlijke informatie etc, TROS Opgelicht?! de redelijke grenzen heeft overtreden.

Mijns inziens heeft TROS ruimschoots de redelijkerwijs in acht te nemen grenzen overschreden.

Kortom, TROS Opgelicht?! schuwt weinig tot géén middelen en doelen, toelaatbaar of niet om haar doel te bereiken. Dit houdt naast oplichting tevens civielrechtelijke aansprakelijkheid in.


C     conclusie

Het antwoord op de te beantwoorden vraag is daarom bevestigend.

>        De Raad voor de Journalistiek / de klacht

Inmiddels heb ik jegens TROS c.s. een uitvoerige klacht ingediend bij de Raad voor de Journalistiek. De mondelinge behandeling (zitting) vindt plaats op 8 juni 2007. De getuigenverklaring van 26 mei 2007 en de getuigenverklaring van 28 mei 2007, die onderstaand zijn opgenomen, geven mijns inziens aan dat TROS aantoonbaar een scheve schaats heeft gereden. Voor meer informatie over de mondelinge behandeling lees hier.

De Raad voor de Journalistiek is ingesteld met als doel dat de journalistieke branche middels zelfregulering misstanden en uitwassen voorkomt. De Raad oordeelt of een journalist zich als een goed journalist heeft gedragen. Voor informatie over de Raad voor de Journalistiek klik hier.

De Raad heeft in haar leidraad een aantal gedragsregels opgesomd waaraan een goed journalist zich naar mening van de Raad dient te houden. Mijns inziens staat het vast dat in dit geval TROS c.s. vrijwel alle in acht te nemen regels heeft overtreden.

Zijdens de Raad heb ik vernomen dat TROS géén medewerking meer verleent aan de Raad voor de Journalistiek. De achterliggende reden schijnt te zijn dat TROS boos is omdat de Raad in één van haar uitspraken TROS wegens haar journalistieke doen en laten op de vingers heeft getikt. Hoewel ik een vermoeden heb over welke uitspraak het gaat, heeft de Raad terzake géén uitlating jegens mij gedaan. Ik heb voornoemde uitspraak voorzien met een aantal kanttekeningen opgenomen. Indien u deze wilt lezen klik hier.

Indien u het vermoeden van mij en mijn kantoor wilt lezen, dan kunt u de onderstaand opgenomen bijlagen lezen, alsmede overige informatie.

>        diversen

Hemmer heeft aan mij tevens gevraagd om een bewijs van betaling, resp afdracht van de aan rentegarantie aan Meer betaalde bedragen te ontvangen. Het spreekt uiteraard geheel en al voor zich dat mijn kantoor daarover beschikt. Gezien de wijze van handelen van de TROS, resp de uiterst lage en laakbare wijze waarop zij mij en mijn kantoor heeft bejegend, heeft mijn kantoor doen laten besluiten om voornoemde informatie niet aan TROS Opgelicht?! te overhandigen.

De reden is tamelijk eenvoudig.

Ik schaar de journalisten van TROS Opgelicht?! onder de genus van riooljournalisten. Daar het als een feit van algemene bekendheid in het riool niet bepaald lekker ruikt, zal ik slechts dan overwegen om voornoemde informatie te verstrekken indien anderen dan TROS Opgelicht?! mij daarom verzoeken.

>       Is TROS ontstemd?!, terecht?!

Per brief van 30 mei 2007 heeft mr Goes mij meegedeeld dat ik naar TROS géén emailberichten meer mag zenden en daarnaast dat ik mijn brieven slechts mag richten aan TROS, maar niet aan de (mede)schuldigen, te weten; Hemmer, De Bie en Hertsenberg.

Per brief van 5 juni 2007, die ik uiteraard ook per emailbericht heb gezonden naar mr Goes, heb ik terzake het onderstaande geschreven;

in aansluiting op uw brief van 30 mei 2007, het volgende.

U geeft in uw brief aan mij te kennen dat u van mij enkel en alleen brieven per gewone post wenst te ontvangen en nadrukkelijk niet per emailbericht.

Ik zal aan uw verzoek niet voldoen.


Indien Hemmer, die aan mij destijds gemeld heeft dat u géén emailadres heeft en dat ik mijn emailberichten naar haar emailadres dien te zenden, het vervelend vindt dat mijn aan u gerichte emailberichten naar haar emailadres worden verzonden, dan stel ik voor dat u aan mij uw emailadres meedeelt. Dit, om onlustgevoelens bij uw collega Hemmer te voorkomen.

Daarnaast geeft u aan mij te kennen dat ik mijn brief beweerdelijk richt aan diverse collega’s van u afzonderlijk.

Dit is onjuist.

Ik richt mijn brieven aantoonbaar enkel en alleen aan u.

Of u moet menen dat het mij niet is toegestaan om onder inzake naast TROS, tevens op te nemen; Hemmer, De Bie en Hertsenberg.

Met alles respect, dit gaat u echt helemaal niets aan. Immers, u bepaalt niet de omvang van de zaak.

Ik kan het mij natuurlijk goed voorstellen dat voornoemde collega’s het vervelend vinden dat hun namen;

ain mijn brieven onder inzake,
b in de naar de Raad voor de Journalistiek ingediende klacht als beklaagden worden genoemd, en,
c dat wij aangifte tegen voornoemde TROS medewerkers hebben ingediend,

genoemd worden, en,

dat voornoemde informatie op de website van mijn kantoor is opgenomen.

Vind uzelf niet dat dit behoorlijk doet lijken op het plengen van krokodillentranen?

Want zijn voornoemd genoemde collega’s niet degenen;

1. die mij, ondanks het feit dat ik met Hemmer telefonisch en per emailbericht, ruim voor 5 april 2007 contact heb gehad, zijdens uw collega De Bie en diens camera- en geluidsvriendjes hebben overvallen?
2. die, om achteraf een rechtvaardiging te vinden voor het bezoek van De Bie, tijdens de uitzending hebben beweerd dat ik en mijn kantoor moeilijk te vinden zijn.
3. die de met uw collega Hemmer gevoerde telefoongesprekken, zonder mij dienaangaande te hebben ge nformeerd, hebben opgenomen, en deze telefoongesprekken, zonder dit aan mij te hebben gemeld hebben, zéér verknipt, hebben uitgezonden?
4, die de aan Hemmer mijnerzijds gezonden informatie, die aantoonbaar wezenlijk is, niet in de uitzending van 24 april 2007 hebben genoemd?
etc.

Kortom, gezien het voorgaande acht ik hetgeen u terzake in uw brief schrijft niet echt wezenlijk te zijn.

Of het moet natuurlijk zo zijn dat uw collega’s menen dat zij alles mogen en dat indien iemand, in reactie op uiterst ongepast gedrag zijdens uw collega’s, daar tegen ageert, dat dit hunnerzijds zijdens hen als ongepast wordt beschouwd.

Weet u dat krokodillen niet kunnen huilen?


Al met al vloeit, zoals ik dat in voornoemde brief heb verwoord een eigenzinnige visie voort.

TROS Opgelicht?! vindt het kennelijk prima en goed indien zij en de haren Jan en alleman met cameraploegen overvallen, indien zij essentiële feiten en informatie verzwijgen etc, maar indien men haar en de haren terzake op de vingers tikt, dat worden zij geïriteerd. Wat is dat? Vreemd, héél erg vreemd!

Kennelijk heeft TROS Opgelicht?! een geheel andere visie op normen en waarden, dan die normaal gebruikelijk en gangbaar is. Zie terzake hetgeen ik elders heb geschreven.

>      aanvullende informatie

Onderstaand heb ik de naar TROS gezonden brieven en de jegens haar ingediende aangifte en klacht opgenomen. Het doel hiervan is om aan de lezer een meer en duidelijker beeld over de zaak te geven.

Aan de hand van onderstaande bijlagen zal het de lezer neem ik aan duidelijk worden dat het antwoord op voornoemde vraag inderdaad bevestigend is.

-      de naar TROS c.s. verzonden brieven

-       brief van 9 april 2007
-       brief van 10 april 2007
-       brief van 23 april 2007
-       brief van 24 april 2007
-       brief van 24 april 2007
-       brief van 9 mei 2007
-       brief van 11 mei 2007
-       brief van 11 mei 2007
-       brief van 24 mei 2007
-       brief van 26 mei 2007
-       brief van 5 juni 2007

-      faxberichten en brieven die TROS c.s. naar mijn kantoor hebben gezonden

-      faxbericht van 23 april 2007
-      faxbericht van 24 april 2007
-      faxbericht van 11 mei 2007
-      brief van 30 mei 2007
-      brief van 8 juni 2007

-      de tegen TROS c.s. ingediende klacht bij de Raad voor de Journalistiek etc

-       klacht van 30 april 2007
-       klacht van 10 mei 2007
-       klacht van 10 mei 2007
-       klacht van  12 mei 2007
-       klacht van 26 mei 2007
-       klacht van 28 mei 2007
-       klacht van 5 juni 2007

-       brief van 30 mei 2007 van TROS aan de Raad

-       pleitnotitie ten beheove van de mondelinge behandeling op 8 juni 2007

-      diversen

-      getuigenverklaring (van Kuiper)
-      getuigenverklaring (van mr Van Broekhoven)

-      de tegen TROS c.s. ingediende aangifte

-       aangifte van 27 april 2007
-       brief aan de recherche te Hilversum van 22 juni 2007
-       aangifte van 22 juni 2007
-       aangifte van 12 juli 2007 (klacht ex art 12 sv)

>    informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen.