Over edelstenen, onwaarheden en onzinnigheden
--    Over MMS63; onwaarheden en overige onzinnigheden

MMS63 (Mark S.), verder te noemen Mark, heeft op het onderwerp die Lucas Bakker op het internet heeft gestart zich ondermeer lasterlijk over mijn kantoor uitgelaten.

Net zoals ik dat onder het voorgaande onderwerp inzake Bakker heb gemeld, is het voorgaande wederom een voorbeeld dat iemand kennelijk meent dat hij anoniem een beschuldiging mag uiten, in de hoop dat diens identiteit niet bij de ander bekend wordt. Mijn kantoor meent dat hierachter een laffe mentaliteit schuilgaat.

Thans heb ik vernomen dat hij jegens derden (de naam is bij mijn kantoor bekend) beweert dat;

voornoemde derde mijn kantoor goed onder druk moet zetten, want dan ga ik tot betaling over. Want hem is dat ook gelukt.

Mijn kantoor kan u verzekeren dat aan Mark géén bedrag is betaald en géén bedrag betaald zal worden. Hetgeen aangeeft dat Mark wellicht iemand is die niet de waarheid spreekt en tevens een individu blijkt te zijn die onverkort lasterlijk bezig is jegens mij en mijn kantoor.

Voornoemde derde is Cazemier en dat is een slachtoffer van de praktijken van Noordam. Uit hetgeen onder het onderwerp Lucas Bakker is opgenomen vloeit voort dat mijn kantoor hiermee niets van doen heeft en dat mijn kantoor op dit moment probeert Cazemier bij te staan. Bovendien heeft Teleng die met Mark S heeft onderhandeld niets met Noordam van doen, ongeacht hetgeen Bakker en Mark beweren.

Mark blijkt ook contact gehad te hebben met de AFM. Zijdens de AFM heb ik vernomen dat indien ik financiële bemiddelingsdiensten inzake ondernemers verricht, dat mijn kantoor dat is toegestaan. Ook heeft de AFM aan mij meegedeeld dat de zaak die onderstaand wordt omschreven zéér waarschijnlijk géén financiële bemiddeling inhoudt. Maar goed, het voorgaande is lood om oud ijzer, want Mark is een ondernemer. Voor meer informatie zie de informatie over leningen.

Wat is er aan de hand?

Mark, heeft via het internet om een bedrag van € 10.000,00 gevraagd. Als onderpand heeft hij een partij ruwe edelstenen, waarvan Mark beweerd dat deze € 17.000,00 waard zijn. De partij edelstenen heb ik eerst in Apeldoorn gezien. Op dat moment zijn zij stoffig. Later zijn de edelstenen aan mij te Breda overhandigd. Mark blijkt ze met olie te hebben ingesmeerd. Ik heb vervolgens een gemmoloog de edelstenen laten testen op waarde. Het oordeel van de gemmoloog is dat de edelstenen een waarde hebben van € 800,00. De gemmoloog heeft aan mij tevens te kennen gegeven dat het insmeren van eldelstenen met olie een bekende truc is om de slechte kwaliteit van edelstenen te verdoezelen. Op het moment dat ik aan Mark te kennen heb gegeven dat cliënt zich bedonderd voelt, is Mark vervallen in forse dreigementen. Mark heeft naar mijn kantoor een factuur gezonden en heeft mij te kennen gegeven als ik die factuur niet betaal, dat hij dan wel even een zware jongen zal langssturen.

Ook heeft Mark aan mijn kantoor en aan cliënt te kennen gegeven dat hij diverse kunstwerken in eigendom heeft (Van Gogh, Chagal etc). Het voorgaande heeft hij na het overhandigen van de edelstenen aan mijn kantoor gemeld. Gezien het voorval met de edelstenen hebben cliënt en mijn kantoor elk interesse en vertrouwen in Mark verloren. Bovendien, indien Mark inderdaad eigenaar is van diverse kunstwerken, waarom wil hij dan € 10.000,00 lenen? Niet echt een plausibel verhaal zo menen cliënt en mijn kantoor.

Ik heb tegen Mark na diens bedreigingen aan het adres van mijn kantoor per omgaande aangifte ingediend. Op grond van de nieuwe informatie, voornoemd genoemd, heb ik aanvullend aangifte tegen Mark ingediend.

Mijn kantoor overweegt op dit moment Mark aansprakelijk te stellen voor de schade die mijn kantoor als gevolg van diens jegens mijn kantoor lasterlijke praktijken lijdt. Tevens overweegt mijn kantoor om de jegens Mark ingediende aangiftes op de website van mijn kantoor te publiceren. Immers, mijn kantoor heeft daartoe alle recht om de als gevolg van het doen en laten van Mark zijdens mijn kantoor geleden en te lijden schade redelijkerwijs te beperken. Tot het voorgaand aangeduide wordt meteen overgegaan indien ik merk dat Mark zich wederom lasterlijk jegens mijn kantoor uitlaat.

Op 8 maart 2007 heeft Mark naar mijn kantoor een emailbericht gezonden waarin hij mijn kantoor een gerechtelijke procedure aanzegt. Ik heb aan Mark te kennen gegeven dat indien hij dat mocht doen, dat mijn kantoor dan de als gevolg van diens doen en laten geleden schade bij wege van tegeneis van hem zal vorderen. Mark heeft per emailbericht gereageerd, op een wijze die geheel in overeenstemming is met diens kennelijk lage niveau.

Zie inzake de vraag wat tegen dergelijke praktijken kan worden gedaan de pagina over ondermeer privacyrecht.

>    informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen.